Ook als coach heb je echt niet alles onder controle: ineens werd het zwart voor mijn ogen, even later lag ik de grond met mijn vader bovenop me.

 

Eerst even terug in de tijd. Het was 5 september 2021 toen mijn vader bijna niet meer overeind kwam nadat hij plots over een tuinhekje moest klimmen omdat de hond was ontsnapt. Hij lag languit op de grond en de mensen die er bij waren zagen dat het niet goed met hem ging. Vanaf dat moment kwam de medische molen heel langzaam op gang. Waarschijnlijk nog door de drukte van Corona duurde het lang, maar er werd een reden gevonden van zijn slechte toestand: een extreem laag HB (3,7 waar het eigenlijk tussen de 8 en de 11 hoort te zijn).

Op woensdag 11 mei 2022 was het eindelijk zover, hij kreeg een gastroscopie. Via de slokdarm gingen ze kijken in zijn maag. Bij de overgang van maag naar darm vonden ze een lipoom en haalde deze weg. Hierdoor kwam een poliep zichtbaar en deze werd ook gelijk weg gehaald. Waarschijnlijk was deze poliep de oorzaak van de lage HB waarde. Er was opluchting en direct na dit onderzoek mocht hij weer naar huis.

 

Donderdagavond 12 mei was ik gezellig in de groepswhatsapp met mijn moeder en zus ideeën aan het droppen voor ons Toppers avontuur in november. Mijn moeder reageerde kort, maar dat viel op dat moment niet op. Na een korte whatsapp conversatie rondde ik af met de opmerking “Ik ga slapen, mijn wekker staat straks alweer om 05:00 uur.”

Gaat het wel goed, mam?

Vrijdag ochtend iets na 05:00 belt mijn moeder. De mensen die mijn kennen weten het inmiddels, gooi er een kwartje in en ik praat voor een daalder. (sorry voor de mensen die niet meer bekend zijn met het Florijnen tijdperk en dit niet snappen) Dus pas na een aantal zinnen die ik uit had gekraamd, besefte ik dat het best gek was dat mijn moeder mij zo vroeg belde. “Gaat alles wel goed, mam?”
“Nou nee, eigenlijk niet. Toen jij en je zus aan het Whatsappen waren over de Toppers, was je vader zwart aan het overgeven en vannacht ging het helemaal mis en raakte hij buiten westen en is hij met spoed afgevoerd met de ambulance. Ze zijn nu met hem bezig.”

 

Bam, ik was direct wakker. Oké snel mijn lieve hond Rose uitlaten en hup de auto in op weg naar het ziekenhuis in Alkmaar. Daar aangekomen zat mijn moeder in haar uppie in een wachtkamer te wachten. Ze had vlag voor mijn aankomst te horen gekregen dat alles goed was gegaan en dat we “straks” bij hem mochten.

In de tijd dat we zaten te wachten tot het “straks” was aangebroken vertelde ze me hoe het allemaal gegaan was die nacht. Ze kon duidelijk de schrik van het ambulance personeel aflezen, de paniek was zichtbaar groot. De flat waar mijn ouders in wonen beschikt helaas over een te kleine lift waar geen brancard in kan en omdat hij steeds buiten westen bleef geraken kostte het de grootste moeite om hem mee te krijgen naar de lift. In de lift was wel een oude stoel meer gezet, maar het was bijna niet te doen om hem daar heen te krijgen. Eigenlijk zou de brandweer moeten komen om hem via het balkon naar beneden te krijgen, maar omdat Egmond aan Zee niet over een eigen brandweer beschikt en deze dan helemaal vanuit Alkmaar moest komen zou dit ongetwijfeld te lang voor mijn vader gaan duren.

Gelukkig was betrof het ambulance personeel twee sterke mannen, die gelukkig ook echt de moeite voor hem wilde doen om hem mee te hijsen. Wel gaven ze mijn moeder de tip om een bureaustoel op wieltjes in huis te halen, zodat we hem via deze stoel richting de lift konden rijden, mocht het weer eens nodig zijn.

OP DE spOEDEISENDE HULP

Eenmaal op de spoedeisende hulp aangekomen was de paniek groot. Mijn moeder besefte al snel dat het echt foute boel was. Een naald in zijn ene arm, eentje in de andere arm, nog iets in zijn hals en in zijn teen. 

Ik denk dat een innige omhelzing met een stekelvarken minder prikgaatjes oplevert als ik het zo aanhoor.

Ik denk dat een innige omhelzing met een stekelvarken minder prikgaatjes oplevert als ik het zo aanhoor.

We mochten bij hem, een aardige dame van de IC vertelde mij ook het hele verhaal wat er was gebeurd. Na de ingreep van dinsdag was een inwendige slagaderlijke bloeding ontstaan en hij was heel veel bloed verloren. Ik probeerde goed te luisteren, maar mijn hersenen waren te selectief bezig en er drongen steeds maar kleine stukjes van haar zinnen tot mij door

“we gaan nog…. in de hoop hem weer stabiel te krijgen.”

En

“eerst moeten we nog….. tot hij weer stabiel is.”

“als hij dan straks stabiel is kunnen we….”

Ik deed enorm mijn best om te luisteren, maar mijn hersenen werkte even niet zoals ik wilde. Daarnaast weet ik heel goed hoe hersenen en mindset werken en is het van belang om te kijken naar wat er wel is en vooral niet alleen maar op wat er niet is te focussen. Toch was het enige wat bleef doorgalmen in mijn hoofd: “hij is nog niet stabiel!” Hij is nog niet stabiel!”

VIER DAGEN OP DE INTENSIVE CARE

Mijn moeder en ik grappen nog aan zijn bed midden op de IC: “Ach we zijn wel wat met hem gewend!” Ik heb deze zinnen nog geen 3 seconden geleden uitgesproken en ik zie wat vlekken voor mijn ogen. Dit voelt niet zo fijn en vanuit het niets zeg ik: “Ik ga even zitten!” In het zicht van mijn vader, laat ik me zakken naar de grond en ga daar midden op de IC vloer zitten.

Eén van de verpleegkundigen van de IC komt met een koud washandje aan en legt deze in mijn nek. Goh wat voelde dat fijn. Wel voelde ik met stom. Mijn vader heeft het zwaar en ik maak hem nog extra ongerust ook door het voor zijn neus even niet te trekken. Slechts enkele tellen later gaat het gelukkig alweer. Na een lange nacht voor mijn moeder breng ik haar in de loop van de ochtend op vrijdag naar haar huis. Bij thuiskomst vind ze een brief van het Bevolkingsonderzoek: geen goed nieuws ze moet voor een vervolgonderzoek voor darmkanker. Pff wat een thuiskomst. Later die dag bellen we het ziekenhuis het ze kan gelukkig dinsdag 24 mei al terecht.

Zaterdag gaat het nog steeds niet goed en moeten ze opnieuw kijken wat er aan de hand is. Ze zijn van 11:00 –  14:30 uur met hem bezig. Op de plek waar eerder de bloeding was geweest, was een maagzweer ontstaan en had een nieuwe maagbloeding veroorzaakt.

In totaal blijft mijn vader van donderdagnacht tot dinsdagochtend op de IC. Woensdag zijn we inmiddels zo’n 30 zakken bloedtransfusie verder en mag hij een dagje op de maag, lever darm afdeling liggen en donderdag wordt hij ontslagen en mag hij naar huis.

Al direct de volgende ochtend voelt mijn vader zich niet helemaal lekker. Hij herkent het direct: een blaasontsteking door de katheter. Vroeg ik de ochtend breng ik zijn urine naar de huisarts, een paar uur later kunnen we bellen voor de uitslag en zijn vermoeden wordt bevestigd. Ik haal de antibiotica voor hem op.
Helaas verslechterd het ’s avonds met hem. We meten zijn temperatuur: 39,9 graden. Dat is niet best. Mijn moeder en ik overleggen kort, maar ik dring er op aan toch even met een huisartsenpost te bellen. Ongeveer een uurtje later komt er een arts langs. Hij is vooral onder de indruk van mijn vaders mechanische kunst hartklep en het hartritme stoornis waar mijn vader wel vaker mee kampt. Herhaaldelijk blijft hij vragen of hij geen druk op de borst voelt en of hij niet benauwd is. Dit is beide gelukkig niet het geval. De arts heeft nog wel wat twijfels, maar vermoedt dat het de blaasontsteking is die op speelt en dat de antibiotica waar we net die dag mee gestart zijn nog zijn werk moet doen. Hij twijfelt of hij ons moet doorsturen naar het ziekenhuis, maar we zijn té moe. Mijn moeder denkt dat weer op en neer naar het ziekenhuis hem eerder kwaad dan goed zal doen, dus we besluiten het voor nu hierbij te laten. We komen de nacht goed door en mijn vader lijkt langzaam aan te sterken. 

Al deze tijd logeer ik in hun huis om ze zoveel mogelijk te ondersteunen en de hond uit te laten. Inmiddels is het dinsdag ochtend 24 mei. Mijn moeder is sinds gisteravond bezig met de voorbereidingen voor haar darmonderzoek. Mijn vader, moeder en ik spreken het niet hardop uit, maar we vinden dit toch wel behoorlijk spannend en enigszins een beladen onderzoek, ook al proberen we dit te relativeren. Mijn moeder is namelijk 68 en mijn oma (haar moeder) is op 72 jarige leeftijd overleden aan darmkanker.

Ik breng haar ’s morgen naar het ziekenhuis is Schagen, zodat mijn vader nog even ontzien wordt. Ik wacht gedurende het onderzoek in mijn uppie af en zie de minuten voorbij kruipen. Bah, wat kan wachten toch lang duren.
Gelukkig, ik krijg het verlossende telefoontje: mijn moeder ligt op de uitslaapkamer en met 30 minuten mag ik haar ophalen.

Goed nieuws: er is niks aangetroffen en alles ziet er goed uit! 

Die middag loopt mijn vader een stukje mee met de hond. Hij geeft aan weer wat meer kracht in zijn benen te voelen en denkt dat het de goede kant met hem op gaat. Aan het einde van de middag geven mijn ouders aan dat ze het wel weer redden en dat ik wel weer naar huis kan gaan.

Ga jij maar weer naar huis, wij redden ons wel weer.

Ik pak een deel van spulletjes alvast in en zet deze in mijn auto. “Nou pa, ik heb vandaag geen zin meer om te rijden, ik pak lekker een biertje als afsluiting van mijn ‘vakantie’ en ik rij morgenochtend wel naar huis.”

Het is nacht en we liggen alle drie te slapen en zachtjes hoor ik om 3:00 uur ’s nachts gepraat op de gang. Ik vermoed dat mijn ouders beiden om beurten naar toilet gaan en iets tegen elkaar zeggen. Toch kan ik het niet helemaal plaatsen, ik spits mijn oren wat extra en hoor toch iets van gebrabbel wat ik niet kan plaatsen. Het voelt niet echt goed. Ik word steeds iets wakkerder en besluit toch even om op te staan en te vragen of het goed gaat. Ik open de deur van mijn logeerkamer en kijk de lange smalle hal in. Schuin tegenover deze kamer is het toilet en daar staat mijn vader voorovergebogen in de deuropening leunend op de wasbak en de deurpost.
“Gaat het pap?” vraag ik. Quasinonchalant antwoordt hij “Nee, niet echt.” Ik stuif naar hem toe en realiseer me dat als deze man van 1m90 en ruim 90 kilo omvalt ik hem niet kan houden dus ik dirigeer hem weer te gaan zitten. Hij voelt zweterig aan en ik bedenk me meteen om een koud washandje in zijn nek te leggen. Doordat ik zelf had ervaren op de grond van de IC wist ik me direct te herinneren hoe fijn dit kon voelen en dat was ook de respons die ik terug kreeg van mijn vader. Terwijl hij op toilet zat gleden zijn voeten steeds half onder hem vandaan.
Ik pakte de bureaustoel, die mijn zus inmiddels enkele dagen gelden had langsgebracht. Deze rolde ik naar hem toe en met goede samenwerking heb ik hem op die stoel gekregen. Helaas bleek deze inspanning te veel voor hem en hij zakte weg en was niet meer bereikbaar.
De paniek nam de overhand en ik begon mijn moeder te roepen, die in een diepe slaap lag te herstellen van haar gebroken nacht daarvoor en het darmonderzoek wat ze net overdag had ondergaan. Ik riep naar haar dat ze 112 moest bellen. Helaas kreeg ze dat op onverklaarbare wijze niet voor elkaar (niet geheel gek toch)

Gelukkig ligt mijn mobiele telefoon ook binnen handbereik en ik bel het alarmnummer. Mijn vader is op dat moment gelukkig weer enigszins aanspreekbaar. We beantwoorden de vragen en de ambulance is onderweg. Mijn moeder geeft aan dat ik even bij mijn vader moet blijven zodat zij zich kan aankleden en dus niet straks in haar pyjama mee hoeft met de ambulance. Ik denk dat ik deze vraag een soort van beaam, maar enkele tellen later hoort mijn moeder een grote dreun.

In het zicht van mijn vader wordt het mij toch te veel, daar waar ik het op de IC nog enigszins voelde aankomen weet ik nu van niks, maar plots ontwaak ik op de grond van de hal met mijn vader en een bureaustoel half over me heen. “Wat doe jij nou hier?” vraag ik hem verbaasd.

Huh, wat doe jij nou bovenop me?

Zwak als hij was, zag hij mij voor zijn neus neerstorten en uit reflex wilde hij mij opvangen waardoor hij met bureaustoel en al omviel.

De ambulance arriveerde. Mijn vader bleek in tegenstelling tot enkele dagen eerder nu een temperatuur van nog maar slechts 34,5 graden te hebben. Het schilderij aan de muur moest plaats maken voor een zakje van één of andere vloeistof die per direct via infuus werd ingebracht. Ze hesen mijn vader weer in zijn bureaustoel aangezien wij nog steeds gezamenlijk op de vloer van de hal zaten. Ik assisteerde het ambulance personeel om de bureaustoel over de drempel te tillen en de lift in. In de lift hield ik het infuuszakje vast een ook beneden was ik gelukkig nog in staat om zoveel mogelijk te assisteren om hem op de brancard te krijgen. Mijn moeder ging mee met de ambulance en daar stond ik dan, lichtjes te trillen op mijn benen.

Eerst maar even gauw een espresso er in. Voor vertrek richting het ziekenhuis een vluchtige scan door het huis. Dit leverde een handtas vol met volgende spullen: medicijnen voor mijn moeder, een pak stroopwafels (ik dacht straks nog wel wat suikers nodig te gaan hebben nadat ik totaal 2 of 3 keer was flauwgevallen) huissleutels en autosleutels. Hup de auto in naar het ziekhuis. Als je net bent flauwgevallen is autorijden best spannend, maar het was gelukkig maar een klein stukje en ik voelde me inmiddels goed genoeg.

Bij de nachtreceptie kreeg ik een veels te lange uitleg waar ik de spoedeisende hulp kon vinden, welke onmogelijke leek te onthouden, maar ondanks het onmogelijk leek wist ik gelukkig redelijk snel mijn moeder te vinden.

Gezamenlijk zaten we aan zijn bed van de spoedeisende hulp. De paniek was minder groot dan de vorige keer, maar evengoed zat de schrik er natuurlijk goed in. Het wachten duurde lang en de kamer waarin we zaten was koud. Er kwam een cardioloog om naar zijn hart te luisteren en een maag lever darm arts.

Van circa 04:00 uur tot 07:00 uur hebben we daar aan zijn bed zitten wachten tot we te horen kregen dat we wel naar huis konden gaan en mijn vader zou weer wat bloedtransfusie krijgen. Pas vanaf 09:00 uur startte de arts die het verder zou oppakken.

Vanaf hier zijn de dagen een beetje een blur in mijn hoofd. Woensdag of donderdag van 15:00 – 16:00 is er weer gekeken en is er een nieuw lek gevonden op dezelfde locatie. Er werd aangegeven dat er nu even iets aan gedaan is, maar dat het een lastig plekje betreft en dat deze oplossong wellicht nog niet afdoende is.

In verband met zijn mechanische kunsthartklep zit mijn vader al 38 jaar aan de bloedverdunners en is er besloten om vrijdag nog een keer te gaan kijken, maar deze keer met dunner bloed om goed te kunnen checken of de onlangs aangebrachte oplossing voldoende was. We kregen te horen dat hij om 15:00 uur weer aan de beurt was.

Mede door mijn vermoeidheid, wetende dat hij al zoveel had moeten doorstaan en beseffende dat met zulk dun bloed elke ‘fout’ of tegenslag fataal kan zijn, leek deze ingreep nog wel weer spannender dan de voorgaande. Stijf van de spanning probeerde ik afleiding te vinden op een bedrijfsbarbecue. Wachtend op dat ene verlossende telefoontje. Om 16:41 uur besluit ik mijn moeder toch maar een berichtje te sturen: “Wat kan wachten lang duren he?!” schreef ik. Precies 6 minuten later kreeg ik een reactie. Ze was precies op dat moment dat ik appte met namelijk met mijn vader in gesprek, alles was goed gegaan. Het lek was dicht en ze hebben niets meer hoeven doen.

De opluchting was uiteraard groot, maar de schrik en de vermoeidheid zitten er nog goed in. Zaterdag 28 mei mochten we hem opnieuw ophalen uit het ziekenhuis en ik heb nog maar nachtjes ‘bijgeboekt’ in het huis van mijn ouders. Echt lekker slapen doe ik nog niet, want elk geluid wat ik nu ’s nachts hoor koppel ik direct aan die spannende momenten van dinsdagnacht. Leuk dat je hersenen zo snel linkjes kunnen leggen, maar voor nu ben ik daar nog niet zo blij mee. Gauw weer focus vinden op het positieve en genieten van het nu. Gelukkig gaat het nu weer goed zowel met mijn ouders als met mij. Al moeten we wel nog flink aansterken en vind dit absoluut een flinke tik aan ons uitgedeeld.

Dankbaar

Wel ben ik inmiddels dankbaar voor een heleboel dingen. Uiteraard dankbaar voor de goede medische zorg die hem toch steeds goed en vriendelijk hebben behandeld. Dankbaar voor de band met mijn ouders die hierdoor nog vele malen sterker is geworden dan dat deze al was.

En vooral heel erg dankbaar dat ik trouw ben gebleven aan mijn eigen gevoel. Mijn ouders zeiden beiden dat ik wel weer naar huis kon gaan die dinsdag, maar het voelde niet goed. Eeuwig dankbaar dat ik naar dit gevoel het geluisterd.

Naast dankbaarheid heb ik ook een aantal concrete doelen voor mezelf gemaakt. Eén daarvan is om eindelijk mezelf eens aan te gaan melden als bloeddonor! Ik hou jullie op de hoogte.

 

Liefs Karina